Weer aan het werk gaan na ziekte gebeurt vaak stap voor stap. Een opbouwschema helpt daarbij. Hierin leg je afspraken vast over bijvoorbeeld het aantal uren dat iemand werkt, de werkzaamheden die daarbij passen en wanneer werkgever en werknemer samen bekijken hoe het gaat.
Zo’n schema is geen vast stappenplan dat voor iedereen hetzelfde is. De ene werknemer kan relatief snel uitbreiden, terwijl een ander meer tijd nodig heeft. Het uitgangspunt is steeds: wat is op dit moment haalbaar en wat is een passende volgende stap?
Hoeveel uur per week bouw je op bij re-integratie?
Er bestaat geen standaard aantal uren waarmee een werknemer tijdens re-integratie moet beginnen of uitbreiden. Dat hangt af van de belastbaarheid, het werk en de situatie van de werknemer.
De bedrijfsarts adviseert over de mogelijkheden en beperkingen voor het werk. Werkgever en werknemer gebruiken die informatie vervolgens om afspraken te maken over de re-integratie. Dat kan betekenen dat iemand begint met minder uren, andere werkzaamheden uitvoert of tijdelijk op andere momenten werkt.
Belangrijk is dat een opbouwschema niet alleen over uren gaat. Vier uur licht en overzichtelijk werk kan iets heel anders vragen dan vier uur met veel deadlines, klantcontact of fysieke belasting. Kijk daarom ook naar de inhoud en omstandigheden van het werk.
Gaat de opbouw goed? Dan kan een volgende stap worden gezet. Blijkt de belasting te groot, dan is dat aanleiding om opnieuw te kijken naar de afspraken en zo nodig advies van de bedrijfsarts te vragen.
Wie stelt het opbouwschema op?
Een opbouwschema ontstaat vanuit de samenwerking tussen werknemer, werkgever en bedrijfsarts. Hun rollen zijn daarbij verschillend.
De bedrijfsarts beoordeelt de belastbaarheid en adviseert over wat medisch gezien mogelijk is in relatie tot het werk. Op basis van de Probleemanalyse maken werkgever en werknemer samen afspraken over de re-integratie. Die afspraken worden vastgelegd in het Plan van aanpak.
Daarin kan bijvoorbeeld staan:
- hoeveel uur iemand werkt;
- welke werkzaamheden passend zijn;
- welke taken tijdelijk worden aangepast;
- hoe de uren worden opgebouwd;
- wanneer werkgever en werknemer de voortgang bespreken.
Werkgever en werknemer bespreken regelmatig hoe de re-integratie verloopt. Als de situatie verandert, kunnen zij het Plan van aanpak bijstellen.
Een opbouwschema is daarmee geen document dat de bedrijfsarts simpelweg voorschrijft of dat de werkgever eenzijdig bepaalt. Het is de praktische vertaling van wat mogelijk is naar afspraken waarmee werknemer en werkgever verder kunnen.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij een opbouwschema?
Een veelgemaakte fout is om vooral naar het aantal uren te kijken. Iemand kan volgens schema meer uren gaan werken, terwijl de werkzaamheden zelf nog te zwaar zijn.
Ook te snel willen gaan kan de re-integratie in de weg zitten. Soms wil een werknemer graag weer volledig meedraaien. Een werkgever kan ondertussen behoefte hebben aan duidelijkheid over wanneer iemand weer inzetbaar is. Beide zijn begrijpelijk, maar het tempo moet wel passen bij wat haalbaar is.
Andere aandachtspunten zijn:
- te weinig evaluatiemomenten;
- onduidelijke afspraken over uren en werkzaamheden;
- vasthouden aan een schema terwijl de situatie verandert;
- alleen uren aanpassen en niet naar de inhoud van het werk kijken;
- signalen dat de opbouw niet lukt te laat bespreken.
Een goed opbouwschema geeft richting, maar biedt ook ruimte om bij te sturen. Het doel is niet om koste wat kost het schema te halen. Het doel is om stap voor stap te onderzoeken wat werkt.
Wanneer komt een re-integratiebureau in beeld?
Een re-integratiebureau kan op verschillende momenten worden ingeschakeld. Bijvoorbeeld als er extra expertise nodig is of wanneer wordt onderzocht of passend werk buiten de eigen organisatie nodig is.
Bij langdurige uitval kijken werkgever en werknemer eerst naar mogelijkheden bij de eigen werkgever. Kan iemand terug naar de eigen functie? Kan het werk worden aangepast? Of is ander passend werk binnen de organisatie mogelijk? Dit noemen we het 1e spoor.
Biedt terugkeer binnen de eigen organisatie onvoldoende perspectief, dan kan daarnaast een 2e spoor nodig zijn. Daarbij wordt gezocht naar passend werk bij een andere werkgever.
Dat betekent niet dat 2e spoor automatisch precies na één jaar ziekte begint. Rond het eerste ziektejaar wordt de re-integratie uitgebreid geëvalueerd. Op basis van de mogelijkheden en het perspectief wordt bepaald welke vervolgstappen nodig zijn.
Bij een 2e spoor kijken we niet alleen naar welke functies iemand zou kunnen uitvoeren. We onderzoeken welke ervaring iemand meeneemt, welke werkzaamheden passen bij de huidige mogelijkheden en waar kansen liggen op de arbeidsmarkt. Zo wordt een breed vraagstuk steeds concreter.
Hoe Riforce helpt als werk weer opgebouwd wordt
Een opbouwschema hoort in de eerste plaats bij de afspraken tussen werknemer en werkgever, met de bedrijfsarts als medisch adviseur. Riforce neemt die rol niet over.
We komen in beeld wanneer er meer nodig is om beweging in het traject te krijgen. Bijvoorbeeld wanneer passend werk binnen de eigen organisatie onvoldoende perspectief biedt en een 2e spoor wordt ingezet.
Dan onderzoeken we samen wat iemand nog wél kan. Welke kennis en ervaring zijn ook ergens anders waardevol? Welke werkzaamheden passen daarbij? En welke werkgevers bieden mogelijkheden?
Riforce werkt met 70 mensen aan re-integratie, outplacement en loopbaanvraagstukken. Met 15 jaar ervaring en een landelijk netwerk kennen we de praktijk én de arbeidsmarkt. Dat helpt om mogelijkheden niet alleen te benoemen, maar ook concreet te maken.
Loopt de re-integratie vast of wil je weten wat een passende volgende stap kan zijn? Neem contact met ons op. Dan kijken we samen naar de situatie en wat er nodig is om verder te komen.
Frequently Asked Questions
Wat gebeurt er als een werknemer het opbouwschema niet haalt?
Dan is het belangrijk om te onderzoeken waarom de opbouw niet lukt. Misschien zijn de uren te snel uitgebreid, zijn de werkzaamheden te belastend of is de situatie veranderd. Werkgever en werknemer kunnen hun afspraken bijstellen en waar nodig opnieuw advies vragen aan de bedrijfsarts. Een aanpassing van het schema betekent dus niet automatisch dat de re-integratie mislukt. Het betekent vooral dat er nieuwe informatie is waarop je moet reageren.
Mag een werkgever een werknemer verplichten het opbouwschema te volgen?
Een werknemer moet actief meewerken aan de re-integratie, passend werk accepteren en afspraken uit het Plan van aanpak nakomen. Een werkgever kan daar dus niet vrijblijvend mee omgaan. Tegelijkertijd moet het werk wel passend zijn en moeten de afspraken aansluiten bij de mogelijkheden van de werknemer. Weigert een werknemer zonder goede reden mee te werken aan de re-integratie, dan kan dat gevolgen hebben voor de loondoorbetaling. Bij een verschil van inzicht is het verstandig om eerst duidelijk te krijgen waar het precies over gaat en zo nodig advies in te winnen.
Hoe lang duurt re-integratie met een opbouwschema?
Daar bestaat geen gemiddelde duur voor die voor iedere werknemer bruikbaar is. De snelheid waarmee iemand kan opbouwen hangt onder andere af van de gezondheid, belastbaarheid, werkzaamheden en mogelijkheden voor passend werk. Tijdens de eerste twee ziektejaren hebben werkgever en werknemer verschillende verplichtingen rond re-integratie. Dat betekent niet dat ieder opbouwschema twee jaar duurt. Sommige werknemers zijn veel eerder volledig aan het werk.
Kan thuiswerken onderdeel zijn van een opbouwschema?
Ja, als thuiswerken past bij het werk en de situatie van de werknemer. Het kan bijvoorbeeld helpen wanneer reizen belastend is. Maar thuiswerken is niet automatisch de beste oplossing. Ook thuis kunnen werkzaamheden te veel vragen. Maak daarom duidelijke afspraken over werktijden, taken, bereikbaarheid en evaluatiemomenten en kijk regelmatig of de gekozen werkwijze nog passend is.
Wat is het verschil tussen 1e spoor en 2e spoor bij een opbouwschema?
Bij het 1e spoor ligt de aandacht op terugkeer bij de eigen werkgever. Dat kan in de eigen functie zijn, met aangepast werk of in een andere passende functie. Bij het 2e spoor wordt gezocht naar passend werk bij een andere werkgever. Beide sporen kunnen naast elkaar lopen. Een opbouwschema kan daarom onderdeel blijven van de terugkeer bij de eigen werkgever terwijl tegelijkertijd mogelijkheden buiten de organisatie worden onderzocht.
Welke rol heeft de leidinggevende tijdens de opbouw?
De leidinggevende helpt om de afspraken in de praktijk werkbaar te maken. Bijvoorbeeld door werkzaamheden aan te passen, duidelijkheid te geven over verwachtingen en regelmatig te bespreken hoe het gaat. De leidinggevende bepaalt niet de medische belastbaarheid; dat is het terrein van de bedrijfsarts. Wel kan een leidinggevende signaleren dat afspraken in de praktijk anders uitpakken dan verwacht. Dan is het belangrijk om dat tijdig te bespreken.
Wat kun je doen als werkgever en werknemer het niet eens worden over het opbouwschema?
Breng eerst zo concreet mogelijk in kaart waar het verschil van inzicht zit. Gaat het om de belastbaarheid, de werkzaamheden, het aantal uren of de vraag of bepaald werk passend is? De bedrijfsarts kan adviseren over de medische mogelijkheden. Als de re-integratie vastloopt, kunnen werkgever of werknemer in bepaalde situaties een deskundigenoordeel bij UWV aanvragen. UWV kan bijvoorbeeld beoordelen of bepaald werk passend is of of werkgever en werknemer voldoende aan de re-integratie doen.